Tips 2018

8 Mei 2018

Restricties op het gebruik van zeldzaam hout is terecht.

Ik ben mij bewust van het belang van hout, dat nodig is om een fantastische gitaar te kunnen bouwen. Elk onderdeel van de gitaar vraagt specifieke eigenschappen, dat een bepaalde houtsoort kan leveren. De stijfheid van de hals, -in gradaties verkrijgbaar, de hardheid van de toets, bepaalde resonantie-eigenschappen voor verschillende onderdelen. Dat is door de eeuwen heen allemaal teruggevonden in houtsoorten die vaak zeldzaam in de natuur voorkomen. Er is genoeg als je alleen maar goede instrumenten ervan zou maken, die honderd jaar of langer meegaan. De massa-industrie heeft hier roet in het eten gegooid, door massaal inferieure instrumenten te produceren, maar waar wel de zeldzame houtsoorten voor gebruikt worden. Vaak ook nog op de foute manier verwerkt. Hierdoor is de schaarste van deze houtsoorten alarmerend geworden.
Dit speelt Gibson en ook alle andere producenten van kwaliteitsinstrumenten parten. Want nu zijn er wereldwijd restricties gekomen op gebruik van dit hout. En ik zou zeggen, dat is geheel terecht. Ik ben er ook van overtuigd, dat je met andere materialen ook fantastische instrumenten kunt maken.
Maar dan moet je wel de eigenschappen zoeken die gelijkwaardig zijn aan die van het tot nu toe gebruikte hout.
Kunststoffen komen in aanmerking, maar je moet niet denken dat 1 kunststof alle verschillende eigenschappen die nodig zijn in een gitaar, in zich kan hebben. Dus 1 kunststof die goed is voor de hals, de toets, de body, of klankkast. Dus ik geloof er niet in dat je een goede gitaar uit een spuitgietmal kunt halen. Dat kan helemaal niet. Je hebt er net zoveel verschillende kunststoffen voor nodig als dat je ook verschillende houtsoorten nodig hebt, om een goeie gitaar te maken. Helaas zijn er maar weinig mensen die weten wat die eigenschappen dan precies moeten zijn.
Wil de gitaarindustrie een toekomst, dan zal het moeten overschakelen naar het maken van, toetsen, halszen, zijkanten en achterbladen uit kunststoffen met precies de goede eigenschappen voor DAT specifiek onderdeel en dan daar gitaren uit maken.
Er kan zich ook een heel nieuwe industrie aandienen die kunsthout panelen vervaardigt, waaruit een gitaarbouwer een prima gitaar kan vervaardigen, met de verspaningstechnieken die in dit vak traditioneel zijn. Die producent zal zich dan wel eerst moeten verdiepen in de benodigde eigenschappen die de instrumentenbouw nou eenmaal vereist.
Ik geloof er wel in dat dit mogelijk is. Mensen zullen voor hout blijven kiezen zolang het beter klinkt als kunststof. Dat vraagt dus om een kunststof die minstens net zo goed klinkt als hout.
Dat heb ik tot nu toe nog niet gezien of gehoord, maar ik denk dus wel dat het kan. 

=========================================

6 Maart 2018

Mensuur, is de lengtemaat tussen de brug en de topkam.
Wat moet je weten?

In het Engels vaak ‘scale length’ genoemd en bij ons heet het de mensuur.
Bij het ontwerpen van je gitaar is de mensuur al bepaald.
De twee bekendste verschillen tref je aan tussen een Strat en een Les Paul model.
Een Strat heeft een grotere snaarlengte dan een Les Paul.
Dit betekent, dat de snaarspanning op een Strat strakker is dan op een Les Paul.
Een Strat klinkt daardoor strakker met meer treble in het geluid.
De snaar voelt ook strakker aan bij het indrukken.
Een Les Paul heeft wat slapper gespannen snaren en klinkt wat voller.
Dit laat meteen het belangrijkste verschil tussen twee verschillende mensuren zien.


Het is een artistieke keuze waarmee je bepaalt, waar jij het liefst op speelt.
Of je hebt ze allebei. Dat kan ook.
Ook akoestische gitaren zijn er met langere en kortere mensuur.

Het is belangrijk om je voorkeuren te weten, wanneer je een instrument aanschaft.
Wat je ook moet doen, dat is de zuiverheid van je instrument even goed testen.
Met een stemapparaatje kom je al een heel eind.
Je stemt de gitaar en test vervolgens of een gestemde snaar in alle vakjes een zuivere toon geeft in alle posities. 
Als het ergens sterk afwijkt is er iets niet goed.
Een kleine afwijking tot 2 streepjes kan later afgesteld worden door een vakman.
Of misschien kun je het zelf doen.
Een gitaar met grote afwijkingen in de hoge tonen, zou ik zeker niet kopen.
De toonzuiverheid van je gitaar wordt nog belangrijker, wanneer je samen met andere instrumenten gaat spelen.


Koop dus geen gitaar waarvan je niet zeker weet of hij wel zuiver afgesteld kan worden.
Ik heb hier in de praktijk voorbeelden gezien van gitaren die de brug niet op de juiste afstand hadden zitten. Dan moet er nogal wat gebeuren om zo’n gitaar later toch nog zuiver te krijgen.
Dus vergeet de test met ’n stemapparaatje niet en vraag erom in je gitaarwinkel.
Op afstand over de post een gitaar bestellen raad ik eigenlijk niemand aan.
Elke gitaar is weer anders. Ook uit dezelfde serie.
Een betrouwbare muziekvakhandel is je beste garantie, denk ik. 

====================================================

18 Februari 2018

WAAROM BATTERIJEN IN EEN GITAAR EEN SLECHT IDEE IS.

In sommige gitaren zitten ze ingebouwd. Voorversterkers gevoed door een eveneens ingebouwde batterij. Ze peppen het signaal op, dat de gitaar of de basgitaar uitstuurt naar je gitaarversterker.
Dat lijkt een goed idee, omdat er ineens veel meer geluid uit je versterker komt, vergeleken met een gitaar of bas zonder een ingebouwde voorversterker.

Er zijn twee redenen waarom het toch een slecht idee is, om zo’n voorversterker in je instrument te hebben.
De eerste reden is, dat je gitaar waarschijnlijk tien keer langer meegaat dan het ingebouwde circuit.
Een goed gebouwde gitaar kan enkele honderden jaren meegaan, mits er vakkundig onderhoud aan wordt gepleegd, wanneer dat nodig is. Misschien moet er weleens wat vervangen worden, zoals een potmeter, nieuw fretwerk aangebracht worden, of een pickup kan misschien een nieuwe wikkeldraad nodig hebben. Dit zijn geen onoverkomelijke zaken.

Het wordt een stuk moeilijker als het circuit van je voorversterker het begeeft.
In mijn ervaring gaat zo’n circuit ongeveer 25 jaar mee. Probeer dan maar eens om het circuit te vervangen met een zelfde circuit. De meeste circuits zijn tegen die tijd niet meer verkrijgbaar.
Ze passen niet in de uitsparing(en), die in je gitaar zijn gemaakt, of ze klinken heel anders dan je gewend bent.

De tweede reden is, dat zo’n circuit in je gitaar helemaal nergens voor nodig is.
Het hoog-ohmig element in je gitaar is een 50er jaren industriestandaard, die nooit is meegegroeid met de technische ontwikkelingen op het gebied van geluidstechniek. Je kunt ook laag-ohmige elementen in een gitaar bouwen, maar die passen dan niet bij je gitaarversterker die meestal alleen maar hoog-ohmige ingangen heeft. Ook de gitaarversterkers zijn in technisch opzicht stil blijven staan in de 50-er jaren.
Dat is helemaal geen probleem, omdat we dat typische geluid, nou eenmaal prettig vinden klinken.

Ik heb in het verleden meermalen gitaren omgebouwd naar hi-fi. Daartoe laag-ohmige pickups gewikkeld en daarbij de potmeters aangepast. Je krijgt dan een veel eerlijker- en schoner geluid, met een ‘vlakke’ weergave over het hele geluidsspectrum. Bovendien heb je nagenoeg geen brom en ook geen signaalverlies meer door de lengte van je gitaarsnoer. Je moet wel een Line-transformer plug gebruiken, vlak voordat je de versterker ingaat, om het signaal weer geschikt te maken voor de hoog-ohmige ingang die op je versterker aanwezig is. Als hi-fi gitaren de standaard was geworden, dan waren de gitaarversterkers ook verkrijgbaar geweest met hi-fi ingangen.
Dit is echter allemaal nooit gebeurd, omdat het hi-fi geluid van een gitaar niet klinkt zoals wij het graag willen horen. Je kunt het een beetje vergelijken met het verschil tussen een grammofoonplaat en een CD afspelen. Toen de CD nog nieuw was, zeiden mensen ook, dat ze iets miste in het geluid. Bovendien waren er inmiddels zo veel hoog-ohmige versterkers en gitaren in omloop, dat een overschakeling naar hi-fi gitaren niet praktisch haalbaar was. 

Elementen in akoestische gitaren produceren zeer zwakke signalen, die wel een oppepper kunnen gebruiken. Daarom vind je hierin relatief vaak een voorversterker. Ook niet echt nodig, want je kunt de gitaar ook in een losse voorversterker pluggen, voordat je hem naar de versterker stuurt.
Hiervoor kun je bijvoorbeeld een Equalizer-pedaal gebruiken zoals bijvoorbeeld de GE-7 van Boss, of elke andere equalizer.

Het zijn kleine handzame units, die doorgaans goed in het opbergvakje van een gitaarkoffer passen.  Geen onnodige gaten meer in de zijkant van je mooie instrument en geen probleem met je gitaar, als de voorversterker in de toekomst ’n keer de pijp aan Maarten geeft.
Mijn motto is dan ook: ”Batterijen horen thuis in zaklantaarns en niet in gitaren.”    
  

==================================================

 

26 Januari 2018

KRAKENDE POTMETERS

Erg vervelend als je elektrisch gitaar aan het spelen bent en je wilt even aan de knop draaien om het volume wat harder of zachter te zetten, dat dan de boel begint te kraken als een oude beer.
Het kraken wordt meestal veroorzaakt door vuil of aanslag in de potmeter.
Dit vuil zit dan op de weerstandbaan waar het pluscontact overheen schuift, wanneer je draait.
Het vuil kan stof zijn dat er in terecht is gekomen, of door vocht.
Ik zou niet meteen beginnen met het inspuiten van contact-spray, omdat dit ook nadelige gevolgen kan hebben. Contactspray is nogal agressief en kan het plastic van de draaiknop aantasten. Contactspray lost ook het vet op dat je potmeter smeert waar de bewegende delen elkaar raken.
Het is dus meer een laatste redmiddel.
In semi-akoestische gitaren kan zich gemakkelijk stof ophouden, dat dus ook naar je potmeter kan zwerven en zo problemen met kraken kan veroorzaken.
Wat kun je doen?
Ik zou eerst eens proberen of het helpt, als je de potmeter zo’n 30 – 40 keer helemaal heen en weer draait. Afgewisseld in snelle en langzame bewegingen. Hierna kun je testen of het minder is geworden, of dat het kraken misschien wel helemaal weg is. Dit geldt voor volumeknoppen en ook voor tone-knoppen. Ook schakelaars die krakende geluiden maken kun je een aantal keren heen en weer bewegen, om te kijken of het helpt. Plugingangen willen ook weleens haperen. Meestal als de gitaar voor langere tijd niet is gebruikt. Dan helpt het vaak als je de plug van je gitaarsnoer een fiks aantal keren er in- en weer eruit schuift. Als deze remedies niet meer helpen, dan kan het tijd geworden zijn om je pots, schakelaar en/of ingangsplug te laten vervangen voor verse exemplaren.
De waarde van een vintage gitaar gaat er bij vervanging van deze onderdelen niet op achteruit.
Het is wel aan te bevelen om de originele pots te bewaren voor eventueel latere datering van het instrument, of gewoon om te bewaren als de ‘originals’. Voor gitaren van na 1990 is bewaren voor datering niet echt belangrijk, omdat deze gitaren meestal goed te dateren zijn aan de hand van het serienummer. Veel speelplezier met je hopelijk kraakvrije elektrische gitaar.

========================

21 Januari 2018

Vandaag heb ik een korte tip, maar misschien wel een waardevolle.
De meeste van ons hebben te maken met je gitaargeluid moeten afstellen op een versterker.
Mijn tip is om dat te doen met je oren en niet met je ogen.
Je hoeft niet alle knoppen te gebruiken die op een versterker zitten.
Een Fender twin klinkt in mijn oren bijvoorbeeld het beste, als ik beide volumeknoppen op 10 zet.
Daar begin ik dan mee. Alle toonknoppen staan dan nog dicht.
Hierna gebruik ik alleen de Treble-knop, eigenlijk als volume.
De bass en Middle laat ik op nul staan.
Wat ik teveel heb aan hoge tonen, dat draai ik dan terug op de gitaar met de tone-knop.
Mijn ogen en m’n hersens vertellen me, dat dit helemaal fout is, maar m’n oren zijn er dik tevreden mee.
Niet alle versterkers werken hetzelfde, maar Fender Twin en Dual-Showman wel.
Leuk om extremen uit te proberen en zo je grenzen te kunnen verleggen.

 

==================================

18 Januari 2018

Waar de verdeling van de fretten op je gitaar vandaan komt en over muziek- en geluidsleer.

Voor de leergierige liefhebbers.
Pythagoras wist het al 500 jaar voor Christus, dat een gespannen snaar tussen twee punten een vast aantal trillingen per tijdseenheid heeft.
Bijvoorbeeld 100 per seconde. Hij halveerde de snaar en ontdekte dat daarmee het aantal trillingen werd verdubbeld naar 200. Toen hij de snaar vervolgens in drie gelijke stukken opdeelde, werd het aantal trillingen verdrievoudigd. In vieren delen, geeft het aantal trillingen x 4, in vijf stukken delen x 5 enz.
Hoe hij de trillingen heeft geteld, dat is niet bekend. Ik veronderstel, dat het ”Monochord” waarmee hij zijn proeven deed, wellicht een erg lage frequentie had, waarbij je gemakkelijker kunt tellen, hoeveel pulsen er zijn, samen met een zandloper als tijdmeting? Zijn ‘Monochord’ was wellicht enkele meters lang en de losse snaar was daardoor misschien maar 10 of 20 Hz.
In ieder geval hebben wij nog altijd de indeling van ons toonstelsel aan hem te danken.
Er is vast wel meer over te vinden als je op het internet zoekt op Pythagoras en Monochord.

Is het Wonderlijk, dat deze tonen dan ook de tonen zijn, die in ons westerse gehoor muzikaal klinken, 
Of is dat alleen door de gewenning zo?
Het exacte antwoord op deze vraag, gaat wat verder dan ‘de simpele uitleg’.
In grote lijnen klopt het als je zegt, dat deze logische- en rekenkundige verdeling van tonen, de basis legt voor onze toonladder(s).
De werkwijze van Pythagoras is eigenlijk dus een rekenkundige benadering.
Bij een praktisch onderzoekende benadering dient zich toch ook hetzelfde aan, wanneer je op een gespannen snaar zoekt naar zo geheten ‘flageoletten’.
De meest opvallende flageoletten, ook wel de ‘geïsoleerde boventonen’ genoemd, ken je misschien al van je gitaar. Boven de 12e fret (het midden van de snaar), daar hoor je dan het octaaf. Boven de 7e en de 19e fret kun je een hogere boventoon hoorbaar maken. De toon die je daar hoort, klinkt een octaaf plus een kwint hoger dan de losse snaar. Boven het 5e vakje klinkt een nog hogere toon, het dubbeloctaaf. Net iets achter de 4e fret hoor je een toon die twee octaven plus een grote terts hoger klinkt dan de losse snaar.
Deze afstanden komen wel overeen met de berekeningen van Pythagoras, maar vormden in de praktijk een obstakel dat bekend staat als het ”stemmingsprobleem” Ten tijde van J.S. Bach is het stemmingsprobleem opgelost door kleine aanpassingen in de toonverdeling te maken.
Je kunt er uitgebreid over lezen in ”Muziekleer in theorie en praktijk” van Hennie Schouten.
Momenteel is daarvan de Vierde Druk verkrijgbaar.


De vraag is even, of het hier gaat om gewenning, met andere woorden een cultureel verschijnsel is, dan wel uitsluitend een natuurkundig-bepaald gegeven. 
Aangezien de natuurtonen, of boventonen niet geheel toevallig uit de lucht zijn komen vallen, is het niet helemaal verwonderlijk, dat het menselijk gehoor een voorkeur heeft voor deze tonen. Zo leert de ‘geluidsleer’ ons, dat het octaaf twee keer zoveel golfbewegingen maakt als de Grondtoon. Dit betekent, dat bij een volledige cyclus van de golf van elke volledige octaaftoon, deze golf precies de golf van de grondtoon doorkruist op het nulpunt van de beweging.
(Zo da’s een mondvol hè, maar het is niet anders)


Dit verschijnsel wordt ‘consonantie’ genoemd.
Er bestaan meer tonen die consoneren met de grondtoon, namelijk de kwart- en de kwinttoon op deze grondtoon.
Consonerende tonen stimuleren elkaar, of je kunt zeggen deze werken samen, waardoor ze langer uitklinken.
Dissonerende tonen werken elkaar tegen ofwel, ze pogen om elkaar op te heffen.

De Grote tertstoon wordt daarom al iets twijfelachtiger, omdat deze niet bij elk octaaf de grondtoon doorkruist op het nulpunt, maar pas na enkele octaven. De terts staat ook niet bekend als consonant, maar als ‘half-consonant’. Dit zelfde geldt voor de Kleine Terts, maar ook voor de Grote- en Kleine Sext. De Grote- en de Kleine Secunde echter, worden als dissonant beschouwd. De Grote- en de Kleine Septime zijn feitelijk ook dissonant, maar worden als welluidender ervaren door de grotere afstand tot de grondtoon. Dus, ons toonstelsel is wat de consonante tonen aangaat, niet afhankelijk van gewenning. De half-consonante en dissonante tonen, zijn wel min of meer cultureel bepaald en ook ingeburgerd. Of je kunt zeggen, ‘geaccepteerd door gewenning’.  Zo, ik hoop dat dit verhaal een beetje duidelijkheid schept in de totstandkoming van ons toonstelsel.

* In bovenstaand artikel wordt verwezen naar ‘Intervallen’ (Toonafstanden) die namen hebben zoals:
Octaaf, Kwint, Kwart, Grote Terts enz. Wanneer je hiermee niet bekend bent, is het nuttig om erover te lezen. Je kunt er veel over vinden als je zoekt op ”Intervallen” of hier kijkt:
 https://nl.wikipedia.org/wiki/Interval_(muziek)

=======================================

14 Januari 2018

Even een korte blog aan het begin van een nieuwe werkweek.
Laten we het eens over functionaliteit hebben.
Wat is er nou mooier dan een gitaar waar alleen maar zaken op zitten, of dingen aan zijn gedaan, die ook een werkelijke functie hebben?
Dat een fietsbel niet op een gitaar thuis hoort, dat snapt iedereen wel.
Nou ja behalve dan natuurlijk de straatmuzikant, die er een grappig statement mee wil maken.
Ik zie natuurlijk van alles voorbij komen in de werkplaats.
Is bijvoorbeeld een blauw metallic lak functioneel? Misschien vind iemand het mooi.
Dat mag, maar functioneel? Nee.
Als je goed kijkt, dan is een binding langs de zijkant van je bovenblad wel functioneel, omdat die het kwetsbare sparrenhout van het bovenblad beschermt. Maar hardhout van het achterblad beschermen met nog een hardhouten strip? Weinig functioneel.
Een plastic of houten binding-strip langs de toets op de hals van je gitaar?
Ik vind het niet functioneel. Het maakt alleen een fretklus in de toekomst onnodig lastig en daarom duur.
Een rozet rondom het klankgat op een akoestische gitaar, lijkt een sierobject.
Toch voorkomt de rozet inscheuren van het bovenblad. Dus behalve dat het mooi is, heeft het zeker ook een functie. Welke functie heeft de lak eigenlijk op een gitaar? De lak schermt het hout af van weersinvloeden en conserveert. Dus wel functioneel. Toch, kan een elektrische gitaar prima zonder lak, wanneer je het hout beschermt met een olie of hars. Lak, maar ook olie en hars, hebben een invloed op de klank van een gitaar. Te veel lak kan een dempende werking hebben, maar kan ook de gitaar beter beschermen tegen stoten. Hiermee kom je op het vlak van keuzes terecht. Beschadigde lak is meestal moeilijk bij te werken en een geolied oppervlak kun je meestal snel weer als nieuw eruit laten zien.
Met lak kun je kleur- en kleureffecten aanbrengen, maar dat heeft dus ook nadelen. Olie en hars zijn nogal beperkt in kleurmogelijkheden. Echt een kwestie van artistieke keuze dus. Eigenlijk zou ik tegen elke gitarist die een gitaar gaat kopen willen zeggen ”Zorg ervoor dat je van alles wat op de gitaar aanwezig is, de functie begrijpt”.  Dat is best een goed uitgangspunt.
Een prettige werkweek jullie allemaal en geniet vooral ook van je gitaar/gitaren.      

=================================================

10 Januari 2018

De toekomst van de gitaar.
Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw, heeft de populariteit van de gitaar een gigantische toename meegemaakt. Deze toename werd natuurlijk enorm gestimuleerd door het belang van platenmaatschappijen en muziekuitgeverijen om hun geluidsdragers op een grote markt af te kunnen zetten, bestaande uit vooral de na-oorlogse jeugd. Hiertoe werden popidolen gecreëerd en aan het grote publiek voorgesteld middels radio- en tv uitzendingen, popconcerten en popmagazines.
Vaak werd door deze ‘sterren’ gebruik gemaakt van de gitaar als hun geliefde begeleidingsinstrument.
In het kielzog van deze snel rijk geworden beroemdheden, werden veel jongeren aangetrokken om hun droom na te jagen en ook gitaar te gaan spelen.

De gitaren waren bijna niet in voldoende mate aan te slepen. Er ontstond een grote vraag.
De gerenommeerde gitaarmerken uit de Verenigde Staten, waren voor Europese jongeren behoorlijk aan de prijs, wat weer ruimte gaf aan goedkopere gitaren die in Duitsland, Italië, Zweden en ook in Nederland (Egmond gitaren uit Best) werden geproduceerd. Het betreft hier vooral elektrische gitaren die je op het podium kon gebruiken als je in een bandje speelde. De klassieke gitaar is eigenlijk een ander segment, met gitaren vooral afkomstig uit Spanje. Deze gitaren worden vooral gebruikt voor bestudering en de beoefening van de klassieke muziek. Daarnaast had je wel akoestische gitaren met stalen snaren, die vaak een voortraject vormde voordat werd overgestapt naar elektrisch versterkte instrumenten. Kortweg ‘western gitaar’ genoemd. Toch profiteerden al deze marktsegmenten mee van de populariteit van de gitaar.  Begin tot halverwege de zeventiger jaren kwamen er veel gitaren uit Japan op de markt, welke vaak de populaire Amerikaanse gitaarmodellen imiteerden en werden aangeboden voor een fractie van de prijs. De kwaliteit was ook niet hetzelfde, maar werd door de betaalbaarheid graag geaccepteerd.  

Tegen het einde van de zeventiger jaren kwam hiernaast een massaproductie van gitaren op gang vanuit Zuid Korea en sinds eind negentiger jaren komt een groot deel van de gitaren uit de Chinese Volksrepubliek. Inmiddels zien we gitaren op de markt verschijnen uit Mexico, Indonesië en India.
Trendwatchers zien inmiddels een kentering ontstaan. De populariteit van de gitaar zal niet als sneeuw voor de zon gaan verdwijnen, maar aan de blijvend groeiende vraag lijkt toch een eind te zijn gekomen.
De grote traditionele bouwers hebben in 2017 zo’n 17 tot 18 procent minder gitaren verkocht.
Dat is toch wel een onmiskenbaar teken dat er, sinds heel lang nu iets aan het veranderen is.
Echte gitaarhelden komen minder in beeld en daarmee neemt ook de populariteit van de gitaar af, onder de huidige jongeren. Hun helden zijn rappers en vloggers en DJ’s. Dit hangt samen met de afgenomen afzetmarkt voor platenmaatschappijen en aanverwanten. Muziek wordt tegenwoordig gedownload van het internet en hier wordt door de maatschappijen veel minder geld mee verdiend.
Ik verwacht dat hierdoor uiteindelijk de massale productie van gitaren zoals wij die gekend hebben grotendeels gaat verdwijnen. De sterke merken die kwaliteit maken, kunnen het overleven, maar zij zullen moeten krimpen en zich toe moeten leggen op pure kwaliteit, want wat er aan gitaristen over blijft, dat is een kwaliteit bewuste groep serieuze muziekbeoefenaars.
Kwaliteit gaat gegarandeerd een uitdaging worden, met het oog op kennis van zaken en ook door de beschermende beperkingen op het gebruik van goed klankhout. Diverse geschikte houtsoorten zijn inmiddels internationaal verboden of streng beperkt. Daaronder vallen alle Dalbergia-soorten, waarvan palissander en rosewood aftakkingen zijn. Ook ebbenhout is ondertussen een beschermde houtsoort geworden.
Er zijn in het verleden natuurlijk enorm veel gitaren geproduceerd en verkocht in diverse kwaliteiten, maar ik voorzie wel een goede toekomst voor mijn vak als gitaar-reparateur. Bij het toekomstig gebrek aan goedkope massaproductie, zal er een belang ontstaan om de bestaande gitaren in stand te gaan houden en/of op te waarderen. Bedenk dat de meeste gitaren die nu niet zo waardevol lijken, over honderd jaar nog steeds in gebruik zullen zijn.
Mijn inschatting is dus, dat de huidige massaproductie van gitaren op termijn, wereldwijd nagenoeg geheel gaat verdwijnen. Dat de sterke merken die zich zullen toeleggen op het maken van kwaliteit, deze neergang kunnen overleven, als de ambitie er is. En, dat alle thans in omloop zijnde gitaren-, duur en goedkoop, -een opwaardering zullen gaan meemaken, mits zij goed onderhouden zijn.
Het zal met de gitaren gaan, zoals het met de violen is gegaan, want we staan aan het begin van een nieuw tijdperk met andere interesses. Serieuze gitaarbeoefenaars zullen er altijd blijven, maar dat zijn natuurlijk dan wel de ware liefhebbers van het instrument.

 

============================

9 Januari 2018

De beste tip blijft toch wel, om je gitaar goed te verzorgen.
Een zachte niet pluizende doek, bijvoorbeeld een microvezel-doekje, in de gitaartas of koffer bewaren.
Eens in de week of twee weken het vuil en stof verwijderen.
Wattenstaafjes kunnen goede diensten bewijzen op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals bij de metalen brugzadels op een elektrische gitaar. Waar het metaal er wat roestig uitziet, kun je zonodig een druppeltje naaimachine-olie aanbrengen. Met een klein beetje Pledge Classic meubelspray op een doekje, kun je de lak mooi schoon wrijven. Als je steeds, meteen na het spelen een doekje over de wellicht vochtig geworden snaren haalt, dan gaan je snaren ook langer mee. Je gitaar in de koffer bewaren is beter dan op een standaard. Ook niet bij de verwarming zetten of in direct zonlicht. Dat is dus allemaal niet zo bevorderlijk voor een gitaar. Ik moet je echt afraden om het hout van je toets regelmatig in te smeren met lemon oil. Het wordt vaak aangeprezen als ‘voedend’ en ‘revitaliserend’, maar de waarheid is, dat het toetshout er op termijn door uitdroogt. Als bij het wisselen alle snaren er af zijn en je wilt aangekoekt vuil tussen de fretten verwijderen, doe dit dan met wat Pledge op een doekje. Stevig wrijven en daarna weer goed droog wrijven. Hopelijk blijft je gitaar met deze tips in topconditie.
Een belangrijk ding kan ik niet vaak genoeg zeggen, dus doe ik het hier nogmaals:
Gebruik NOOIT boenwas, meubelwas, bijenwas, carnaubawas, of welke was dan ook op een gitaar.
Het vreet in op de lak en je krijgt het nooit meer helemaal er vanaf. Niet doen dus.