Tips 2018

18 Januari 2018

Waar de verdeling van de fretten op je gitaar vandaan komt en over muziek- en geluidsleer.

Voor de leergierige liefhebbers.
Pythagoras wist het al 500 jaar voor Christus, dat een gespannen snaar tussen twee punten een vast aantal trillingen per tijdseenheid heeft.
Bijvoorbeeld 100 per seconde. Hij halveerde de snaar en ontdekte dat daarmee het aantal trillingen werd verdubbeld naar 200. Toen hij de snaar vervolgens in drie gelijke stukken opdeelde, werd het aantal trillingen verdrievoudigd. In vieren delen, geeft het aantal trillingen x 4, in vijf stukken delen x 5 enz.
Hoe hij de trillingen heeft geteld, dat is niet bekend. Ik veronderstel, dat het ”Monochord” waarmee hij zijn proeven deed, wellicht een erg lage frequentie had, waarbij je gemakkelijker kunt tellen, hoeveel pulsen er zijn, samen met een zandloper als tijdmeting? Zijn ‘Monochord’ was wellicht enkele meters lang en de losse snaar was daardoor misschien maar 10 of 20 Hz.
In ieder geval hebben wij nog altijd de indeling van ons toonstelsel aan hem te danken.
Er is vast wel meer over te vinden als je op het internet zoekt op Pythagoras en Monochord.

Is het Wonderlijk, dat deze tonen dan ook de tonen zijn, die in ons westerse gehoor muzikaal klinken, 
Of is dat alleen door de gewenning zo?
Het exacte antwoord op deze vraag, gaat wat verder dan ‘de simpele uitleg’.
In grote lijnen klopt het als je zegt, dat deze logische- en rekenkundige verdeling van tonen, de basis legt voor onze toonladder(s).
De werkwijze van Pythagoras is eigenlijk dus een rekenkundige benadering.
Bij een praktisch onderzoekende benadering dient zich toch ook hetzelfde aan, wanneer je op een gespannen snaar zoekt naar zo geheten ‘flageoletten’.
De meest opvallende flageoletten, ook wel de ‘geïsoleerde boventonen’ genoemd, ken je misschien al van je gitaar. Boven de 12e fret (het midden van de snaar), daar hoor je dan het octaaf. Boven de 7e en de 19e fret kun je een hogere boventoon hoorbaar maken. De toon die je daar hoort, klinkt een octaaf plus een kwint hoger dan de losse snaar. Boven het 5e vakje klinkt een nog hogere toon, het dubbeloctaaf. Net iets achter de 4e fret hoor je een toon die twee octaven plus een grote terts hoger klinkt dan de losse snaar.
Deze afstanden komen wel overeen met de berekeningen van Pythagoras, maar vormden in de praktijk een obstakel dat bekend staat als het ”stemmingsprobleem” Ten tijde van J.S. Bach is het stemmingsprobleem opgelost door kleine aanpassingen in de toonverdeling te maken.
Je kunt er uitgebreid over lezen in ”Muziekleer in theorie en praktijk” van Hennie Schouten.
Momenteel is daarvan de Vierde Druk verkrijgbaar.


De vraag is even, of het hier gaat om gewenning, met andere woorden een cultureel verschijnsel is, dan wel uitsluitend een natuurkundig-bepaald gegeven. 
Aangezien de natuurtonen, of boventonen niet geheel toevallig uit de lucht zijn komen vallen, is het niet helemaal verwonderlijk, dat het menselijk gehoor een voorkeur heeft voor deze tonen. Zo leert de ‘geluidsleer’ ons, dat het octaaf twee keer zoveel golfbewegingen maakt als de Grondtoon. Dit betekent, dat bij een volledige cyclus van de golf van elke volledige octaaftoon, deze golf precies de golf van de grondtoon doorkruist op het nulpunt van de beweging.
(Zo da’s een mondvol hè, maar het is niet anders)


Dit verschijnsel wordt ‘consonantie’ genoemd.
Er bestaan meer tonen die consoneren met de grondtoon, namelijk de kwart- en de kwinttoon op deze grondtoon.
Consonerende tonen stimuleren elkaar, of je kunt zeggen deze werken samen, waardoor ze langer uitklinken.
Dissonerende tonen werken elkaar tegen ofwel, ze pogen om elkaar op te heffen.

De Grote tertstoon wordt daarom al iets twijfelachtiger, omdat deze niet bij elk octaaf de grondtoon doorkruist op het nulpunt, maar pas na enkele octaven. De terts staat ook niet bekend als consonant, maar als ‘half-consonant’. Dit zelfde geldt voor de Kleine Terts, maar ook voor de Grote- en Kleine Sext. De Grote- en de Kleine Secunde echter, worden als dissonant beschouwd. De Grote- en de Kleine Septime zijn feitelijk ook dissonant, maar worden als welluidender ervaren door de grotere afstand tot de grondtoon. Dus, ons toonstelsel is wat de consonante tonen aangaat, niet afhankelijk van gewenning. De half-consonante en dissonante tonen, zijn wel min of meer cultureel bepaald en ook ingeburgerd. Of je kunt zeggen, ‘geaccepteerd door gewenning’.  Zo, ik hoop dat dit verhaal een beetje duidelijkheid schept in de totstandkoming van ons toonstelsel.

* In bovenstaand artikel wordt verwezen naar ‘Intervallen’ (Toonafstanden) die namen hebben zoals:
Octaaf, Kwint, Kwart, Grote Terts enz. Wanneer je hiermee niet bekend bent, is het nuttig om erover te lezen. Je kunt er veel over vinden als je zoekt op ”Intervallen” of hier kijkt:
 https://nl.wikipedia.org/wiki/Interval_(muziek)

=======================================

14 Januari 2018

Even een korte blog aan het begin van een nieuwe werkweek.
Laten we het eens over functionaliteit hebben.
Wat is er nou mooier dan een gitaar waar alleen maar zaken op zitten, of dingen aan zijn gedaan, die ook een werkelijke functie hebben?
Dat een fietsbel niet op een gitaar thuis hoort, dat snapt iedereen wel.
Nou ja behalve dan natuurlijk de straatmuzikant, die er een grappig statement mee wil maken.
Ik zie natuurlijk van alles voorbij komen in de werkplaats.
Is bijvoorbeeld een blauw metallic lak functioneel? Misschien vind iemand het mooi.
Dat mag, maar functioneel? Nee.
Als je goed kijkt, dan is een binding langs de zijkant van je bovenblad wel functioneel, omdat die het kwetsbare sparrenhout van het bovenblad beschermt. Maar hardhout van het achterblad beschermen met nog een hardhouten strip? Weinig functioneel.
Een plastic of houten binding-strip langs de toets op de hals van je gitaar?
Ik vind het niet functioneel. Het maakt alleen een fretklus in de toekomst onnodig lastig en daarom duur.
Een rozet rondom het klankgat op een akoestische gitaar, lijkt een sierobject.
Toch voorkomt de rozet inscheuren van het bovenblad. Dus behalve dat het mooi is, heeft het zeker ook een functie. Welke functie heeft de lak eigenlijk op een gitaar? De lak schermt het hout af van weersinvloeden en conserveert. Dus wel functioneel. Toch, kan een elektrische gitaar prima zonder lak, wanneer je het hout beschermt met een olie of hars. Lak, maar ook olie en hars, hebben een invloed op de klank van een gitaar. Te veel lak kan een dempende werking hebben, maar kan ook de gitaar beter beschermen tegen stoten. Hiermee kom je op het vlak van keuzes terecht. Beschadigde lak is meestal moeilijk bij te werken en een geolied oppervlak kun je meestal snel weer als nieuw eruit laten zien.
Met lak kun je kleur- en kleureffecten aanbrengen, maar dat heeft dus ook nadelen. Olie en hars zijn nogal beperkt in kleurmogelijkheden. Echt een kwestie van artistieke keuze dus. Eigenlijk zou ik tegen elke gitarist die een gitaar gaat kopen willen zeggen ”Zorg ervoor dat je van alles wat op de gitaar aanwezig is, de functie begrijpt”.  Dat is best een goed uitgangspunt.
Een prettige werkweek jullie allemaal en geniet vooral ook van je gitaar/gitaren.      

=================================================

10 Januari 2018

De toekomst van de gitaar.
Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw, heeft de populariteit van de gitaar een gigantische toename meegemaakt. Deze toename werd natuurlijk enorm gestimuleerd door het belang van platenmaatschappijen en muziekuitgeverijen om hun geluidsdragers op een grote markt af te kunnen zetten, bestaande uit vooral de na-oorlogse jeugd. Hiertoe werden popidolen gecreëerd en aan het grote publiek voorgesteld middels radio- en tv uitzendingen, popconcerten en popmagazines.
Vaak werd door deze ‘sterren’ gebruik gemaakt van de gitaar als hun geliefde begeleidingsinstrument.
In het kielzog van deze snel rijk geworden beroemdheden, werden veel jongeren aangetrokken om hun droom na te jagen en ook gitaar te gaan spelen.

De gitaren waren bijna niet in voldoende mate aan te slepen. Er ontstond een grote vraag.
De gerenommeerde gitaarmerken uit de Verenigde Staten, waren voor Europese jongeren behoorlijk aan de prijs, wat weer ruimte gaf aan goedkopere gitaren die in Duitsland, Italië, Zweden en ook in Nederland (Egmond gitaren uit Best) werden geproduceerd. Het betreft hier vooral elektrische gitaren die je op het podium kon gebruiken als je in een bandje speelde. De klassieke gitaar is eigenlijk een ander segment, met gitaren vooral afkomstig uit Spanje. Deze gitaren worden vooral gebruikt voor bestudering en de beoefening van de klassieke muziek. Daarnaast had je wel akoestische gitaren met stalen snaren, die vaak een voortraject vormde voordat werd overgestapt naar elektrisch versterkte instrumenten. Kortweg ‘western gitaar’ genoemd. Toch profiteerden al deze marktsegmenten mee van de populariteit van de gitaar.  Begin tot halverwege de zeventiger jaren kwamen er veel gitaren uit Japan op de markt, welke vaak de populaire Amerikaanse gitaarmodellen imiteerden en werden aangeboden voor een fractie van de prijs. De kwaliteit was ook niet hetzelfde, maar werd door de betaalbaarheid graag geaccepteerd.  

Tegen het einde van de zeventiger jaren kwam hiernaast een massaproductie van gitaren op gang vanuit Zuid Korea en sinds eind negentiger jaren komt een groot deel van de gitaren uit de Chinese Volksrepubliek. Inmiddels zien we gitaren op de markt verschijnen uit Mexico, Indonesië en India.
Trendwatchers zien inmiddels een kentering ontstaan. De populariteit van de gitaar zal niet als sneeuw voor de zon gaan verdwijnen, maar aan de blijvend groeiende vraag lijkt toch een eind te zijn gekomen.
De grote traditionele bouwers hebben in 2017 zo’n 17 tot 18 procent minder gitaren verkocht.
Dat is toch wel een onmiskenbaar teken dat er, sinds heel lang nu iets aan het veranderen is.
Echte gitaarhelden komen minder in beeld en daarmee neemt ook de populariteit van de gitaar af, onder de huidige jongeren. Hun helden zijn rappers en vloggers en DJ’s. Dit hangt samen met de afgenomen afzetmarkt voor platenmaatschappijen en aanverwanten. Muziek wordt tegenwoordig gedownload van het internet en hier wordt door de maatschappijen veel minder geld mee verdiend.
Ik verwacht dat hierdoor uiteindelijk de massale productie van gitaren zoals wij die gekend hebben grotendeels gaat verdwijnen. De sterke merken die kwaliteit maken, kunnen het overleven, maar zij zullen moeten krimpen en zich toe moeten leggen op pure kwaliteit, want wat er aan gitaristen over blijft, dat is een kwaliteit bewuste groep serieuze muziekbeoefenaars.
Kwaliteit gaat gegarandeerd een uitdaging worden, met het oog op kennis van zaken en ook door de beschermende beperkingen op het gebruik van goed klankhout. Diverse geschikte houtsoorten zijn inmiddels internationaal verboden of streng beperkt. Daaronder vallen alle Dalbergia-soorten, waarvan palissander en rosewood aftakkingen zijn. Ook ebbenhout is ondertussen een beschermde houtsoort geworden.
Er zijn in het verleden natuurlijk enorm veel gitaren geproduceerd en verkocht in diverse kwaliteiten, maar ik voorzie wel een goede toekomst voor mijn vak als gitaar-reparateur. Bij het toekomstig gebrek aan goedkope massaproductie, zal er een belang ontstaan om de bestaande gitaren in stand te gaan houden en/of op te waarderen. Bedenk dat de meeste gitaren die nu niet zo waardevol lijken, over honderd jaar nog steeds in gebruik zullen zijn.
Mijn inschatting is dus, dat de huidige massaproductie van gitaren op termijn, wereldwijd nagenoeg geheel gaat verdwijnen. Dat de sterke merken die zich zullen toeleggen op het maken van kwaliteit, deze neergang kunnen overleven, als de ambitie er is. En, dat alle thans in omloop zijnde gitaren-, duur en goedkoop, -een opwaardering zullen gaan meemaken, mits zij goed onderhouden zijn.
Het zal met de gitaren gaan, zoals het met de violen is gegaan, want we staan aan het begin van een nieuw tijdperk met andere interesses. Serieuze gitaarbeoefenaars zullen er altijd blijven, maar dat zijn natuurlijk dan wel de ware liefhebbers van het instrument.

 

============================

9 Januari 2018

De beste tip blijft toch wel, om je gitaar goed te verzorgen.
Een zachte niet pluizende doek, bijvoorbeeld een microvezel-doekje, in de gitaartas of koffer bewaren.
Eens in de week of twee weken het vuil en stof verwijderen.
Wattenstaafjes kunnen goede diensten bewijzen op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals bij de metalen brugzadels op een elektrische gitaar. Waar het metaal er wat roestig uitziet, kun je zonodig een druppeltje naaimachine-olie aanbrengen. Met een klein beetje Pledge Classic meubelspray op een doekje, kun je de lak mooi schoon wrijven. Als je steeds, meteen na het spelen een doekje over de wellicht vochtig geworden snaren haalt, dan gaan je snaren ook langer mee. Je gitaar in de koffer bewaren is beter dan op een standaard. Ook niet bij de verwarming zetten of in direct zonlicht. Dat is dus allemaal niet zo bevorderlijk voor een gitaar. Ik moet je echt afraden om het hout van je toets regelmatig in te smeren met lemon oil. Het wordt vaak aangeprezen als ‘voedend’ en ‘revitaliserend’, maar de waarheid is, dat het toetshout er op termijn door uitdroogt. Als bij het wisselen alle snaren er af zijn en je wilt aangekoekt vuil tussen de fretten verwijderen, doe dit dan met wat Pledge op een doekje. Stevig wrijven en daarna weer goed droog wrijven. Hopelijk blijft je gitaar met deze tips in topconditie.
Een belangrijk ding kan ik niet vaak genoeg zeggen, dus doe ik het hier nogmaals:
Gebruik NOOIT boenwas, meubelwas, bijenwas, carnaubawas, of welke was dan ook op een gitaar.
Het vreet in op de lak en je krijgt het nooit meer helemaal er vanaf. Niet doen dus.